Het is zo’n avond dat je denkt dat drank meer liéf dan kapot maakt. In het café heerst, na eerdere verhitting, nu een milde cool-down vol vergevingsgezindheid. De clementie is inmiddels bijna net zo groot als de zucht naar het volgende rondje, het maakt dat iedere politieke kloof naadloos overbrugd wordt.
Een stamtafelgenoot moet opstaan, wat er ingaat moet er immers ook weer uit. Hij weet zijn beneveling uitstekend te stileren – het voordeel van de meer geoefende drinker – en bereikt zonder collaterale schade het mannenprivaat. Ik moet ook plassen. Ik stel het nog even uit. Ik ben minder geoefend.
Robert van der Meulen, Enschede
