Het Bolwerk, terug in de tijd

Café het Bolwerk is het oudste café van Enschede, een authentieke bruine kroeg en daarnaast sinds jaar en dag een uitvalsbasis voor muzikanten, kunstenaars, academici en schrijvers. Dit samen zorgt voor een unieke, gemoedelijke sfeer, waar eenieder zich welkom kan voelen.

Waar vroeger het assortiment bestond uit koffie, bier en jenever, is het Bolwerk met zijn tijd meegegaan en bieden we inmiddels een uitgebreid assortiment van 8 bieren van het vat, ruim 63 speciaalbieren uit de fles en een uitgebreide collectie whisky's, cognacs en likeuren.

In 1904, ruim honderd jaar geleden, is de gracht tussen de Stadsgravenstraat en de Noorderhagen gedempt. Bovenop die gedempte gracht werd het Bolwerk gebouwd. Hierdoor loopt het café naar achteren af, daarachter was namelijk de gracht. Ondertussen verzakt het pand nog steeds. Elke twee jaar worden de toiletdeuren bijgeschaafd vanwege het verzakken.
Na het sluiten van de kunstenaarssocieteit op de Oude Markt spraken kunstenaars steeds vaker in het Bolwerk af. In hun kielzog volgden de studenten van de kunstacademie. Sinds die tijd wordt er elke vrijdagmiddag traditioneel om zes uur rond gegaan met roggebrood en haring.
Eind jaren zeventig werd het eerste smartlappenfestival in samenwerking met de Aki georganiseerd. Met als wisseltrofee, de Bronzen Gehaktbal. Deze pronkt nog steeds in het café. Dit festival is onder een andere naam, De Gehaktbal Revue, in de jaren tachtig en negentig nog enkele malen georganiseerd.

In 1983 werd het eerste literaire café in samenwerking met toenmalig boekhandel Michon georganiseerd, waar een groot aantal Nederlandse schrijvers te gast zijn geweest. o.a Leon de Winter, Marion Bloem, Igor Cornelissen, Kees Verheul, J.Bernlef, Hellema, en nog velen anderen. In de jaren negentig zijn de literaire cafés voortgezet met de Stichting Melita ( Meervoudige Literaire Activiteiten). Daar waren wederom velen debutanten en bekende schrijvers te gast. Onder andere A.L Snijders, Geert Mak, Arthur Japin, Karel Glastra van Loon en Tommy Wieringa*.